Rattensporen herkennen

Ratten op het erf, in de stal of schuur: sporen, holen en toegangswegen herkennen

Ratten worden vaak pas opgemerkt wanneer iemand daadwerkelijk een rat ziet lopen. Meestal zijn de dieren dan al langer op het erf of in een gebouw aanwezig. Ratten leven voornamelijk in de schemering en tijdens de nacht. Overdag houden ze zich verborgen in holen, onder vloeren, tussen opgeslagen materialen of in andere rustige verblijfplaatsen.

Toch laten ratten vrijwel altijd sporen achter. Rattenkeutels, knaagschade, vettige veegsporen en vaste looproutes kunnen verraden waar de dieren zich ophouden. Ook openingen onder deuren, beschadigde roosters en defecte afvoer- of rioolbuizen kunnen aanwijzingen geven over de manier waarop ratten een stal of schuur binnenkomen.

Door niet alleen naar de rat zelf te zoeken, maar vooral naar deze sporen en toegangswegen, ontstaat een veel beter beeld van de omvang en oorzaak van het probleem.

Hoe merkt u dat er ratten op het erf aanwezig zijn?

Een enkele waarneming zegt niet altijd waar een rat vandaan komt of waar het dier verblijft. Daarom is het belangrijk om het hele erf te onderzoeken. Ratten zoeken plekken waar voedsel, water en beschutting dicht bij elkaar aanwezig zijn.

Op agrarische erven vinden ze dat bijvoorbeeld rond:

  • voeropslag en voersilo’s;
  • stallen en schuren;
  • mest- en compostplaatsen;
  • slootkanten en taluds;
  • opslag van hout, pallets of andere materialen;
  • putten, afvoerleidingen en riolering;
  • begroeiing langs gevels en erfafscheidingen.

Een rat die op het erf wordt gezien, kan buiten in een hol verblijven en alleen naar binnen komen om voedsel te zoeken. Het is ook mogelijk dat ratten al in de stal, schuur, spouwmuur of onder een vloer leven.

Om dat onderscheid te kunnen maken, moeten de verschillende sporen in samenhang worden beoordeeld.

Welke sporen laten ratten achter in een stal of schuur?

Ratten bewegen zich meestal niet willekeurig door een gebouw. Zodra ze een veilige route hebben gevonden tussen hun verblijfplaats, voedselbron en drinkplaats, gebruiken ze die route vaak opnieuw.

Dergelijke vaste looproutes worden wissels genoemd. Deze lopen vaak langs muren, afscheidingen, stellingen, leidingen en opgeslagen goederen. Ratten verplaatsen zich bij voorkeur langs vaste structuren en steken grote open ruimtes meestal alleen over wanneer dat echt noodzakelijk is.

In stoffige ruimtes zijn soms pootafdrukken of sleepsporen van de staart zichtbaar. Buiten kunnen wissels herkenbaar zijn als smalle, platgelopen paadjes door gras of lage begroeiing.

Rattenkeutels

Keutels behoren tot de duidelijkste sporen van ratten. Ze worden vaak gevonden langs wissels, achter opgeslagen materialen, bij voerplaatsen en in rustige hoeken.

Alleen de aanwezigheid van keutels vertelt echter niet altijd of er op dat moment nog actieve ratten aanwezig zijn. Oude keutels kunnen lange tijd blijven liggen. Wanneer op een schoongemaakte plaats opnieuw keutels verschijnen, is dat een sterkere aanwijzing voor actuele rattenactiviteit.

Op de pagina Help, zie ik rattenkeutels? leest u uitgebreider hoe rattenkeutels kunnen worden herkend en waarin ze verschillen van muizenkeutels.

Knaagsporen en beschadigingen

De snijtanden van ratten blijven doorgroeien. Daarom knagen ratten niet alleen aan voedsel, maar ook aan hout, kunststof, isolatiemateriaal, verpakkingen, leidingen en elektriciteitskabels.

Ook rubberen afdichtingen en tochtstrips onder deuren kunnen worden weggeknaagd. Daardoor kan een bestaande kier groter worden en uiteindelijk als vaste toegangsweg worden gebruikt.

Weggeknaagde rubberen afdichting onder een staldeur als mogelijke toegangsweg voor ratten

Vers knaagwerk is vaak lichter van kleur dan het omliggende materiaal. Bij hout kunnen bovendien verse splinters of houtvezels rond de beschadiging liggen. Op verpakkingen en voerzakken zijn de openingen meestal rafelig en kunnen afzonderlijke tandafdrukken zichtbaar zijn.

Knaagsporen van ratten zijn doorgaans grof en onregelmatig. De twee snijtanden kunnen naast elkaar twee evenwijdige groeven achterlaten met een gezamenlijke breedte van ongeveer 3 millimeter. De knaagsporen van muizen zijn met ongeveer 1,5 millimeter beduidend kleiner. De afdruk van een rat is daarmee ongeveer tweemaal zo breed als die van een muis.

Op zachtere materialen zijn de afzonderlijke groeven niet altijd goed zichtbaar. De schade is dan vooral herkenbaar aan een grof en rafelig knaagvlak.

De precieze vorm hangt af van het materiaal en de richting waarin het dier heeft geknaagd. Daarom moet knaagschade altijd worden bekeken in combinatie met andere aanwijzingen, zoals keutels, wissels en de grootte van de opening.

Buiksmeer en vettige veegsporen

Wanneer ratten steeds langs dezelfde wand, balk, leiding of doorgang bewegen, kan hun vacht een donkere, vettige verkleuring achterlaten. Dit wordt buiksmeer genoemd.

Het spoor bestaat uit huidvet, vuil en andere stoffen uit de vacht. Hoewel de naam anders doet vermoeden, kan de verkleuring ook ontstaan doordat de flanken van een rat langs een wand of nauwe doorgang schuren.

Langs veelgebruikte wissels kan een grijzige, bruinzwarte of bijna zwarte veegstreep ontstaan. Rond een regelmatig gebruikte opening kan de rand donker en glad worden. Een donkere verkleuring betekent daarom niet automatisch dat er alleen vuil aanwezig is. In combinatie met keutels, pootafdrukken of knaagsporen kan buiksmeer erop wijzen dat ratten de route regelmatig gebruiken.

Geluiden en geur

In rustige uren kunnen krassende, knagende of schuifelende geluiden hoorbaar zijn. Deze geluiden kunnen afkomstig zijn uit een spouwmuur, plafond, dakconstructie, vloer of stapel opgeslagen materialen. Door hun grotere lichaamsgewicht klinken ratten vaak zwaarder en nadrukkelijker dan muizen.

Bij langdurige overlast kan bovendien een sterke geur ontstaan. Rattenurine veroorzaakt vaak een scherpe, doordringende en ammoniakachtige lucht. In slecht geventileerde ruimtes kan deze zich vermengen met de muffe geur van uitwerpselen, vervuild nestmateriaal en vochtig isolatiemateriaal.

Een dood dier veroorzaakt uiteraard een andere geur. Die is meestal zwaar, weeïg en rottend. De plaats waar de geur het sterkst is, kan een aanwijzing geven voor een verblijfplaats onder een vloer, achter een wand of tussen opgeslagen materialen.

Hoe ziet een rattenhol eruit?

Bruine ratten graven regelmatig holen in de grond. Een rattenhol bestaat meestal niet uit één korte gang, maar kan onderdeel zijn van een uitgebreider gangenstelsel met meerdere in- en uitgangen.

Bruine rat bij een rattenhol in de aarde langs de fundering van een schuur

De openingen worden vaak aangetroffen:

  • in slootkanten en taluds;
  • onder boomwortels;
  • langs funderingen en stalmuren;
  • onder bestrating;
  • onder schuren, containers of voeropslag;
  • langs mest- en compostplaatsen;
  • bij putten en riooldeksels.

Een veelgebruikte ingang is meestal vrij van bladeren, begroeiing en spinnenwebben. De grond rond de opening kan gladgelopen zijn. Soms is verse uitgegraven aarde zichtbaar of loopt er vanuit het hol een herkenbare wissel naar een voerplaats of gebouw.

Een opening in de grond is niet automatisch een rattenhol. De locatie, grootte, verse graafsporen, keutels en aanwezige looproutes moeten gezamenlijk worden bekeken.

Door welke openingen kunnen ratten naar binnen?

Veel mensen zoeken naar een groot gat in een muur of deur. De werkelijke toegangsopening kan echter veel kleiner zijn dan verwacht.

Een volwassen rat kan zich door een opening van ongeveer twee centimeter persen, mits de vorm voldoende ruimte biedt. Jonge ratten kunnen nog kleinere doorgangen benutten. Daarom moeten niet alleen duidelijk zichtbare gaten worden gecontroleerd, maar ook smalle kieren en beschadigde aansluitingen.

Veelvoorkomende toegangswegen zijn:

  • ruimte onder een slecht sluitende deur;
  • weggeknaagde rubberen afdichtingen of tochtstrips;
  • gaten rond water-, elektra- of voerleidingen;
  • beschadigde ventilatieroosters;
  • open of beschadigde stootvoegen;
  • openingen in gevelbekleding;
  • aansluitingen tussen dak en wand;
  • beschadigde dorpels en deurkozijnen;
  • scheuren en gaten langs funderingen;
  • openingen rond kabelgoten;
  • kapotte of losgeraakte hemelwaterafvoeren;
  • beschadigde rioolbuizen en afvoeraansluitingen.

Open stootvoegen hebben een functie voor de ventilatie en vochtafvoer van een spouwmuur. Ze moeten daarom niet zomaar volledig worden dichtgemaakt. Wanneer wering noodzakelijk is, kan een geschikt knaagdierbestendig en ventilerend rooster worden aangebracht.

Ratten kunnen bovendien klimmen. Vooral de zwarte rat staat bekend als een zeer behendige klimmer en kan verblijven op zolders, balkenconstructies, in dakruimtes en boven op opgeslagen goederen.

Ook de bruine rat kan klimmen wanneer leidingen, kabels, begroeiing, ruwe muren of stellingen voldoende houvast bieden. Een toegangsopening hoeft daarom niet altijd vlak boven de grond te zitten.

Kunnen ratten via de riolering of hemelwaterafvoer binnenkomen?

Ratten kunnen zich door riolen en afvoerleidingen verplaatsen. Een intact rioolstelsel betekent niet automatisch dat ratten vanuit het riool een gebouw kunnen binnendringen. Problemen ontstaan vooral wanneer een buis kapot is, een aansluiting niet goed afsluit of een leiding door verzakking uit elkaar is geschoven.

Via een beschadigde rioolbuis kunnen ratten in de grond, onder een vloer of in een kruipruimte terechtkomen. Vanuit daar kunnen ze langs leidingen, onder funderingen of via bestaande openingen verder een gebouw binnendringen.

Ook een beschadigde hemelwaterafvoer kan een toegangsroute vormen. Denk aan een kapotte regenpijp, een open aansluiting op een ondergrondse leiding of een oude afvoer die niet meer wordt gebruikt, maar nog wel met een put of riool in verbinding staat.

Kapotte hemelwaterafvoer langs een stal als mogelijke toegangsroute voor ratten

Aanwijzingen voor een probleem met de afvoer of riolering kunnen zijn:

  • terugkerende rattenactiviteit zonder duidelijke bovengrondse ingang;
  • graafsporen rond putten, regenpijpen en inspectiedeksels;
  • verzakkingen in bestrating;
  • openingen langs afvoerleidingen;
  • rioollucht of terugkerende verstoppingen;
  • rattenactiviteit onder een vloer.

Wanneer de vermoedelijke toegangsroute niet vanuit het gebouw kan worden gevonden, kan nader onderzoek van de riolering noodzakelijk zijn. Alleen het bestrijden van de aanwezige ratten lost een kapotte rioolbuis of defecte aansluiting namelijk niet op.

Moet u een rattenhol of opening meteen dichtmaken?

Het lijkt logisch om een gevonden gat direct af te sluiten. Toch is dat niet altijd de juiste eerste stap.

Wanneer een opening actief wordt gebruikt, kunnen er nog ratten achter de afgesloten doorgang zitten. De dieren kunnen vervolgens een nieuwe uitgang knagen of zich verder door een wand, vloer of isolatielaag verplaatsen. Bij een afgesloten rattenhol kunnen bovendien andere uitgangen aanwezig zijn die nog niet zijn gevonden.

Daarom moet eerst worden vastgesteld:

  • of de opening werkelijk door ratten wordt gebruikt;
  • waar de route naartoe leidt;
  • of er meerdere in- en uitgangen zijn;
  • of er nog ratten in het gebouw aanwezig zijn;
  • welke voedsel- en schuilmogelijkheden beschikbaar zijn.

Pas wanneer de situatie voldoende in beeld is gebracht en de aanwezige ratten zijn aangepakt, kunnen toegangsopeningen duurzaam worden afgesloten.

Daarbij moet stevig en knaagbestendig materiaal worden gebruikt. Alleen purschuim, zachte kit of rubber is meestal onvoldoende. Ratten kunnen deze materialen gemakkelijk beschadigen of wegknagen. Reparaties moeten bovendien goed aansluiten op de omliggende constructie en mogen geen nieuwe kieren achterlaten.

Waarom blijven ratten terugkomen?

Wanneer ratten na eerdere maatregelen terugkeren, betekent dat meestal dat minimaal één belangrijke voorwaarde nog aanwezig is: voedsel, water, beschutting of een toegankelijke verblijfplaats.

Op een agrarisch erf kan een kleine hoeveelheid gemorst voer al voldoende zijn om een vaste voedselbron te vormen. Ook lekkende drinksystemen, open afval, slecht afgesloten voeropslag en langdurig opgeslagen materialen kunnen het erf aantrekkelijk maken.

Daarnaast kan een bestrijding tijdelijk resultaat geven terwijl de oorspronkelijke toegangsroute openblijft. Nieuwe ratten kunnen dan vanuit de omgeving hetzelfde gebied opnieuw innemen.

Een duurzame aanpak vraagt daarom om meer dan het verwijderen van de dieren die op dat moment zichtbaar zijn. Ook de omstandigheden die hun aanwezigheid mogelijk maken, moeten worden onderzocht en waar mogelijk aangepast.

Welke schade kunnen ratten veroorzaken?

Ratten veroorzaken niet alleen overlast. Op agrarische bedrijven, voedselopslaglocaties en andere bedrijfsterreinen kan hun aanwezigheid leiden tot aanzienlijke economische schade.

Ze eten voer en opgeslagen producten, maar kunnen een veel grotere hoeveelheid vervuilen met urine, keutels en haren. Ook beschadigen ze verpakkingen, isolatiemateriaal, leidingen, deuren en andere delen van een gebouw.

Knaagschade aan elektriciteitskabels kan storingen en kortsluiting veroorzaken en vergroot het risico op brand. Daarnaast kunnen ratten bijtschade veroorzaken aan vee en pluimvee. Vooral jonge, zieke of minder mobiele dieren zijn kwetsbaar. Verwondingen kunnen leiden tot pijn, onrust en infecties.

Schadebestrijding is daarom niet alleen gericht op het verwijderen van de aanwezige ratten. Het gaat ook om het voorkomen en beperken van schade aan voer, gebouwen, installaties en dieren.

Wanneer is professionele rattenbestrijding verstandig?

Professionele hulp is verstandig wanneer niet duidelijk is waar de ratten verblijven, via welke route ze binnenkomen of hoe groot de populatie is.

Dat geldt in het bijzonder wanneer:

  • op meerdere plaatsen verse sporen worden gevonden;
  • ratten regelmatig in een stal of schuur worden waargenomen;
  • ratten ook overdag tevoorschijn komen;
  • voer of opgeslagen producten worden beschadigd of vervuild;
  • knaagschade aan kabels, leidingen of gebouwen wordt aangetroffen;
  • bijtschade aan vee of pluimvee wordt vermoed;
  • de overlast leidt tot productverlies of andere economische schade;
  • toegangsopeningen moeilijk bereikbaar zijn;
  • de overlast na eerdere maatregelen terugkeert;
  • een kapotte riolering of ondergrondse route wordt vermoed.

Tijdens een professionele inspectie worden de verschillende aanwijzingen met elkaar verbonden. Niet alleen het zichtbare rattenhol of de gevonden keutels zijn van belang. Ook wissels, voedselbronnen, verblijfplaatsen, buiksmeer, toegangsopeningen en mogelijke verbindingen met de riolering moeten worden onderzocht.

Pas wanneer duidelijk is waar de ratten leven, hoe zij zich verplaatsen en waardoor zij worden aangetrokken, kan een gerichte aanpak worden bepaald.

PCP Schadebestrijding is gespecialiseerd in gecontroleerd afschot van ratten met een precisie PCP-luchtdrukgeweer op agrarische bedrijven, voedselopslaglocaties en bedrijfsterreinen. Voorafgaand aan de uitvoering wordt onderzocht waar de ratten verblijven, welke routes zij gebruiken en of de locatie een veilige inzet mogelijk maakt. Zo kan gericht worden gewerkt aan een snelle populatiereductie en het beperken van verdere schade.

Kijk naar het volledige spoorbeeld

Een enkel spoor vertelt niet altijd waar ratten verblijven. De combinatie van wissels, keutels, knaagschade, buiksmeer, holen en toegangsopeningen geeft een betrouwbaarder beeld.